Bouwen aan Europese weerbaarheid

TNO, Airbus en Nvidia over autonomie

Onderkop

door Thijs Doorenbosch, beeld Shutterstock / Dimitry de Bruin

Nederland heeft wereldwijd sterke troeven in handen met een ecosysteem van bedrijven dat autonome robotsystemen produceert. Het probleem is dat de wereld niet langer voorspelbaar is. Daarom is het noodzakelijk om autonome technologie strategisch te benaderen, niet alleen als techniek.

“Wij zijn niet per se het land voor de massaproductie van kleine componenten, maar we produceren hier de systemen die massaproductie mogelijk maken”, zei Christa Hooijer, Chief Scientist bij TNO, tijdens de opening van het Nationaal Congres Autonome Systemen. De multilaterale wereld waar West-Europa en dus Nederland aan gewend waren, is echter niet langer vanzelfsprekend. “De Nederlandse industrie kan technologische vooruitgang niet langer zien als apolitiek. Soevereiniteit is geen interessante oefening voor politiek geïnteresseerden, maar iets dat technologische ontwikkeling gaat beïnvloeden.” Wereldwijd verschuift de macht van staten naar grote bedrijven of stedelijke regio’s met een economische omvang die groter is dan die van veel landen. “Het is de vraag wat er gaat gebeuren als we niet langer kunnen rekenen op multinationale instituten en internationaal afgesproken wetten en rechten”, waarschuwt Hooijer.

“Europa moet een plek aan tafel willen hebben en niet geserveerd worden als diner.”

Blijven investeren

Hooijer stelt dat Europa zijn eigen rol en verantwoordelijkheid moet nemen omdat lidstaten meer op zichzelf aangewezen zijn in een wereld die gefragmenteerd raakt. “Europa moet een plek aan tafel willen hebben en niet geserveerd worden als diner.” Ze vindt het daarom van groot belang dat de Nederlandse overheid en het bedrijfsleven blijven investeren in de eigen technologische basis om geopolitiek handelingsvermogen te behouden. De expertise die in Nederland aanwezig is voor de ontwikkeling en bouw van autonome robots kan daar een essentiële bijdrage aan leveren.

Airbus is een goed voorbeeld van Europese samenwerking en is erin geslaagd zich op te werken tot een mondiale speler in een felle concurrentiestrijd met vooral Noord-Amerikaanse vliegtuigbouwers, ruimtevaartbedrijven en defensiespecialisten. Matthieu Gallas, verantwoordelijk voor de R&D-tak Autonome Systemen bij Airbus, ziet dat zijn bedrijf zich in het huidige geopolitieke krachtenveld niet langer kan opstellen als fabrikant, maar als een partij die actief moet bijdragen aan Europese soevereiniteit. “We realiseren ons dat er een wereld is ontstaan waarin China en de VS de ontwikkeling van autonome systemen aanvoeren. Airbus voelt de verantwoordelijkheid om te bouwen aan Europese soevereiniteit in dit domein.”

“We proberen het ecosysteem van Europese bedrijven bijeen te brengen rond de technologieën waarmee we achterlopen.”

Bouw volledige ecosystemen

Gallas refereert dan met name aan de activiteiten van zijn bedrijf in autonome systemen voor de defensie-industrie. Daarbij is het van belang dat Europa niet alleen maar werkt aan het kweken van innovatieve start-ups, maar ook aan complete oplossingen die gebouwd worden in ketens van bedrijven die elkaar kunnen vertrouwen. “Bij Airbus onderkennen we deze problematiek en proberen we het ecosysteem van Europese bedrijven bijeen te brengen rond de technologieën waarmee we achterlopen.”

Een essentiële rol bij de ontwikkeling van Europese soevereiniteit is, gek genoeg, weggelegd voor een Amerikaans bedrijf, namelijk Nvidia. Het bedrijf levert de GPU’s en de softwarestack voor nationale of regionale AI‑infrastructuren, zoals de grootschalige AI‑cloud in Duitsland, maar ook de AI-fabrieken die in Europa worden gebouwd, waaronder een in Groningen. Daarmee creëert Europa de capaciteit om zelf de intelligentie te bouwen, die nu nog vooral bij een aantal niet-Europese webgiganten aanwezig is, constateert Carlo Ruiz. Hij is bij Nvidia verantwoordelijk voor Enterprise Services, Operations en Datacenter Solutions.

Laat andere landen niet inhalen

Ruiz vergelijkt Europa’s huidige situatie met de Industriële Revolutie: sommige landen grijpen de kans en anderen lopen decennia achter. “Europa was destijds leidend in innovatie. We staan nu weer op zo’n kruispunt met de ontwikkeling van AI.” Drie jaar geleden was er in Europa vooral veel ambitie, maar kwam er erg weinig van de grond, constateert hij. Inmiddels komt daar verandering in, vooral het afgelopen jaar. In Duitsland, Denemarken, Frankrijk en Engeland zijn al nationale AI-fabrieken gebouwd en de plannen voor nog dertien van dergelijke centra zijn in uitvoering. Ruiz stelt dat AI-fabrieken niet alleen economisch van belang zijn, maar ook als instrumenten voor de publieke sector en daarmee expliciet een kwestie van nationale veiligheid. “Wij werken daarom samen met verschillende overheden aan soevereine AI-systemen als kritieke infrastructuur.”

Een van de positieve punten die Ruiz aanhaalt, is de aandacht die er in Europa is voor de milieu-effecten van AI. Dat heeft ervoor gezorgd dat Europa op het moment leidend is in de ontwikkeling van energie-efficiënte supercomputing. Daar kunnen Europese bedrijven de vruchten van plukken. Het gevaar is wel dat Europa zelfgenoegzaam wordt op dit vlak. “Ik zie ook de ontwikkeling in andere regio’s en die bewegen nu sneller.” Europa moet dus tempo behouden om niet ingehaald te worden.

“Europa was leidend in innovatie tijdens de Industriële Revolutie. We staan nu weer op zo’n kruispunt met de ontwikkeling van AI.”

Maak innovatiecycli praktijkgedreven

Er liggen dus voldoende kansen voor Europese bedrijven en kennisinstellingen om te bouwen aan een weerbare technologische industrie die de afgelopen decennia is uitbesteed aan niet-Europese landen. Daarbij heeft de oorlog in Oekraïne duidelijk gemaakt dat zo’n positie het snelst te bereiken is door de focus te leggen op het ontwikkelen van technologie die morgen werkt. De innovatiecycli moeten dus versnellen en meer praktijkgedreven zijn.

Thijs Doorenbosch is freelance journalist en tekstschrijver. Hij was meer dan dertig jaar vaste redacteur bij AG Connect.