Soevereiniteit draait om meer dan de vraag waar de data staan

Keuzevrijheid in de IT-stack: zo zorg je voor wendbaarheid

Onderkop

door Thijs Doorenbosch, beeld YouTube  / Dimitry de Bruin

Hoe organiseer je keuzevrijheid en zorg je voor bedrijfscontinuïteit? Welke prijs betaal je daar als organisatie voor? AG Connect ging hierover in gesprek met Willem Jonker, hoogleraar Computer Science aan de Universiteit Twente en voorzitter van de AIC4NL, en met Frank Ketelaars, Distinguished Engineer, Data & AI, EMEA bij IBM.

Voor de meeste CIO’s was vendor lock-in jarenlang de belangrijkste reden om te zoeken naar meer keuzevrijheid. Het afgelopen jaar zijn daar zorgen over bedrijfscontinuïteit bijgekomen nu de betrouwbaarheid van niet-Europese IT-leveranciers niet vanzelfsprekend meer is als gevolg van de geopolitieke ontwikkelingen. “Soevereiniteit gaat echt over keuzes hebben en in controle zijn over je eigen toekomst. Het gaat over de mogelijkheid om regie te voeren”, vindt Willem Jonker. “Maar het gaat niet over ‘luikje dicht en ik ga alles zelf doen’.” Hij pleit er dus ook niet voor om afscheid te nemen van alle niet-Europese technologie, als dat al mogelijk is.

In veel discussies over soevereiniteit ligt het accent doorgaans op de vraag waar de data van een organisatie staan. Eigenlijk raakt soevereiniteit de hele technologiestack, dus infrastructuur, data, applicaties en daarbovenop tegenwoordig ook AI, benadrukt Jonker. Het is belangrijker dan ooit om ervoor te waken dat er geen verticale integratie plaatsvindt. “Leveranciers maken het aantrekkelijk om de hele stack te leveren, maar daardoor raak je opgesloten in de oplossingen van die aanbieder.” Door als organisatie standaardisatie en interoperabiliteit centraal te stellen in de IT-strategie, ontstaan de meeste mogelijkheden voor uitwisselbaarheid.

 “Een Rolls-Royce is een auto net als een Kia, en toch rijdt niet iedereen in een Rolls.”

Risico-analyse is een belangrijke stap

Volledige soevereiniteit voor een hele organisatie is in de praktijk niet mogelijk. “Het is heel simpel gezegd een risico-analyseproces dat je als bedrijf moet uitvoeren”, zegt Frank Ketelaars. Daarbij spelen kosten een belangrijke rol. Het is mogelijk om meerdere infrastructuren, bijvoorbeeld cloudplatformen, naast elkaar actief te houden om bij incidenten snel over te kunnen stappen. “Ik ken een voorbeeld van een financiële organisatie die ervoor heeft gekozen om te werken met twee cloudproviders én een on-premises infrastructuur. Dat doen ze absoluut niet voor al hun processen, want dat zou te kostbaar zijn. Ze willen echter voor bedrijfskritische processen niet afhankelijk zijn van de infrastructuur van anderen.” Hij voegt er wel onmiddellijk aan toe dat de mogelijkheid om direct over te kunnen schakelen wel een heel sterke onderhandelingspositie creëert bij het afsluiten van contracten, waardoor de kosten gunstig uit kunnen vallen.

Bij de risico-analyse spelen overigens niet alleen de vestigingsplaats van de aanbieders en hun datacentra een rol, maar ook de kwetsbaarheden in de netwerkinfrastructuur die toegang geeft tot de data en processen. De afgelopen jaren zijn er verschillende voorbeelden geweest waarin de communicatie werd verstoord als gevolg van doorgeknipte kabels of al dan niet opzettelijke manipulatie van DNS-servers.

Disruptie biedt Europa kansen

Voor de Europese IT-industrie biedt de aandacht voor soevereiniteit nieuwe kansen, schetst Jonker. Europa heeft een achterstand laten ontstaan ten opzichte van de VS en China, maar dat is geen reden om de ontwikkeling die in de EU gaande is, af te doen als onvoldoende. “We zullen – in ieder geval tijdelijk – moeten accepteren dat Europese aanbieders qua features niet zo rijk zijn als de koplopers. Dat is een prijs die je betaalt voor meer soevereiniteit.” Hij vraagt zich ook af of alle features altijd noodzakelijk zijn. “Een Rolls-Royce is een auto net als een Kia, en toch rijdt niet iedereen in een Rolls.”

Ook vlakt elke steile ontwikkelcurve op een gegeven moment af en zien we disruptieve technologieën ontstaan waardoor de huidige koplopers niet per definitie toonaangevend blijven. Kijk naar de auto-industrie waar elektrisch aangedreven auto’s de plek innemen van auto’s met een verbrandingsmotor. Op dit moment komen de meest geavanceerde elektrische modellen niet van de traditioneel toonaangevende producenten uit Beieren maar uit China, geeft Jonker als voorbeeld. “Voor zo’n ontwikkeling zijn wel discipline en investeringen nodig.” De overheden kunnen daarbij een aanjager zijn door investeringsrisico’s te beperken. De Nederlandse pensioenfondsen investeren nu bijvoorbeeld veel geld buiten Europa omdat het investeringsklimaat daar beter is. Naast de technologieontwikkeling is het creëren van een beter investeringsklimaat in Europa dus erg belangrijk. “Als we op onze handen gaan zitten, ontstaan er in ieder geval geen alternatieven”, stelt Jonker.

“Het is heel simpel gezegd een risico-analyseproces dat je als bedrijf moet uitvoeren”

Kubernetes faciliteert uitwisseling

Ketelaars ziet de discussie over soevereiniteit niet direct als een grote bedreiging voor IBM, dat als Amerikaans bedrijf wel te maken heeft met de Amerikaanse wet- en regelgeving. Hij wijst erop dat het bedrijf al honderd jaar actief is in Europa en bekend is met de lokale ontwikkelingen. “We hebben daarom vooral ingezet op transparantie en interoperabiliteit.” Hij noemt als voorbeeld de strategische overname van Red Hat, het bedrijf dat belangrijke bijdragen heeft geleverd aan de ontwikkeling van het open source Kubernetes-platform. Door bedrijfssoftware onder te brengen in software-containers kunnen workloads relatief eenvoudig worden overgezet van de ene Kubernetes-platformaanbieder naar een andere, maar ook naar een on-premises Kubernetes-omgeving. “Zo kunnen we klanten keuzemogelijkheden aanbieden.”

Jonker en Ketelaars zien de bouw van AI-fabrieken in Europa als een erg goede stap in de ontwikkeling van een toonaangevende Europese IT-industrie. Met de inzet van publieke en private bijdragen ontstaat een route om de benodigde kennis en capaciteit in Europa op te bouwen. Ketelaars: “Laten we niet vergeten dat we met alle landen in Europa samen een hele grote economie zijn die veel voor elkaar kan krijgen. Daarbij wordt er vanuit Europa veel geld in geïnvesteerd, maar zijn er ook veel bedrijven en andere organisaties die daar een markt in zien en willen investeren.”

Thijs Doorenbosch is freelance journalist en tekstschrijver. Hij was meer dan dertig jaar vaste redacteur bij AG Connect.